Chris Grem over de saamhorigheid tijdens zijn voorstelling 'Een Ode aan Het Levenslied'
Wat een geweldig fenomeen is het toch om samen te zingen dat je je eenzaam en verlaten voelt. Chris Grem, bekend van ’t Groot Niet te Vermijden, laat zien hoe trieste tranentrekkers juist vreugde en saamhorigheid brengen en nodigt het publiek uit zich over te geven aan de kracht van het levenslied. In zijn voorstelling zingt, speelt en vertelt hij en geeft hij een masterclass levenslied, waarin je leert hoe je nummers van Johnny Jordaan, Corry Konings en Hazes tot leven wekt
Je staat nu solo op het podium, na jarenlang deel te hebben uitgemaakt van Het Groot Niet Te Vermijden. Hoe was die overgang voor jou persoonlijk?
''Het was natuurlijk totaal nieuw om ineens helemaal alleen op het podium te staan en daardoor ook enorm spannend. Zeker de eerste keren was ik bloednerveus, omdat ik geen vangnet meer had. Als ik nu iets vergeet of verkeerd doe, fluit niemand me terug. Niemand vangt me nog op, zoals dat in een groep wel gebeurt. Ik moet mezelf opvangen. Doodeng dus, maar ook geweldig. Ik heb alle vrijheid. Niemand bepaalt hoe mijn programma gaat, alleen ik. En hoe vaker ik nu alleen op het podium sta, hoe makkelijker het me afgaat. Nu geniet ik ervan.''
Welk moment uit de voorstelling zorgt altijd voor de leukste reacties?
''Mensen gaan wel lekker op de masterclass ‘Hoe zing ik een levenslied?’, die tijdens de voorstelling wordt gegeven door mijn alter ego Frans Engels. Dat is een Rotterdamse levensliedzanger die weet hoe het moet en dat komt hij even uitleggen. Er wordt ook lekker gelachen als ik laat zien wat de speciale zangtechniek van Frans Bauer is.
Er zitten bovendien een paar echte eyeopeners in de voorstelling. Dat wordt ook vaak genoemd na afloop.''
Wat vind jij zelf leuker op het podium: ontroeren of vermaken?
''Het voelt allebei heel lekker. Mensen heel even aanraken, in figuurlijke zin, vind ik echt iets heel moois. Ik heb bijna elke avond iemand in de zaal die me na afloop komt bedanken omdat ze lekker hebben kunnen huilen. Dat zijn vaak mensen die net iemand zijn verloren. Als zo iemand dan zegt: ‘Ik durfde het te laten gaan, ik schaamde me niet. Ik kon gewoon huilend meezingen, terwijl me dat thuis niet lukt,’ dan heb ik wel het gevoel dat het toch een klein beetje zin heeft.
Mensen aan het lachen maken is ook heel lekker natuurlijk. Voor mij horen die twee echt bij elkaar: de lach en de traan. Dat vind ik eigenlijk het mooiste aan deze voorstelling. Ik zie de mensen opengaan. Als bloemetjes. Door te lachen durven ze makkelijker hun gevoel te uiten. En door uit volle borst te zingen, lachen ze ook harder.''
Wat hoop je stiekem dat mensen anders gaan bekijken of voelen na het zien van Ode aan het levenslied?
''Een paar dingen. Ik hoop dat ze vaker durven zingen. Gewoon lekker overal, in het openbaar. Het is zo gezond en zo gezellig. En daar hoeft heus geen alcohol bij, want dan durft iedereen wel. Ik bedoel zingen om je te uiten. Om stoom af te blazen. Om je blijdschap of je verdriet te laten horen. Dat is zoiets moois.''
Agenda
-
Tickets20 mrt20:30 - 22:10