Dominic Seldis: 'De contrabas past mij als een jas'
Contrabassist, dirigent en tv-persoonlijkheid Dominic Seldis, vooral bekend van Maestro, komt met een nieuwe theatershow – Back to Bass-ics – en zijn autobiografie DOMINIC verschijnt. ‘Ik ga voor de honderd procent glimlach-garantie.’
‘De contrabas past mij als een jas’
Zo veel mogelijk mensen kennis laten maken met klassieke muziek is nog steeds de missie van Dominic Seldis, contrabassist en tv-persoonlijkheid. Dit keer pakt hij het alleen iets anders aan. Hij gaat in zijn voorstelling Back to Bass-ics terug naar de basis: de folk en jazz uit zijn jeugd in Suffolk. Geserveerd in het Engels met een glimlach, typisch onderkoelde Britse humor en sterke verhalen.
Het idee was een intieme voorstelling vertelt Dominic Seldis (54), vooral bekend als jurylid van Maestro, waar Bekende Nederlanders hun kunsten als dirigent voor een groot orkest mogen vertonen. Hij vindt het spannend om met Back to Bass-ics op het podium te staan: “Ik heb deze show zelf geschreven en ik produceer het ook zelf. Het is iets meer buiten mijn comfort zone, al sla ik niet ineens een hele nieuwe weg in.”
Een echte Nederlander
Mensen die de Brit kennen uit het theater weten dat hij altijd garant staat voor vrolijke, persoonlijke verhalen en een waaier aan muziek, van (licht) klassiek tot jazz en pop. “Ik heb bijvoorbeeld een lied geschreven, een parlando My Fair Lady-achtig nummer rond de vraag: waarom kan ik geen full blown Dutchie worden, nooit helemaal een echte Nederlander. Al kan ik met trots zeggen dat ik een Nederlands paspoort heb tegenwoordig, dus jullie kunnen me niet meer wegsturen! De verhalen die ik vertel, zijn de bouwstenen van mijn leven in muzikale vorm. Al neem ik nu geen orkest mee, maar een geweldige band. Ook daarmee ga ik terug naar de basis: mijn muzikale carrière is begonnen in een jazzkwartet dat Four Wheel Drive heette. Dus er is een drummer, een pianist en een houtblazer en ik speel natuurlijk bas. Ik wilde mezelf muzikaal een beetje meer uitdagen en kijken of ik al mijn muzikale liefdes met elkaar kan mengen.”
Tranentrekkend lied
“Weet je wat ik ook gevonden heb?”, zegt Seldis enthousiast, “ik ging googelen en kwam op een volksliedje uit de regio waar ik vandaan kom in Engeland, Suffolk. Je raadt nooit wat de titel is… ‘The Suffolk Miracle Holland Handkerchief’. Het is natuurlijk een tranentrekkend lied over de verboden liefde tussen de dochter van de boer en een jongen die voor hem op het land werkt. Haar vader vindt hem te min voor haar. Na een barre tocht wordt de boerenknecht ziek en de dochter probeert zijn hete voorhoofd af te koelen met haar Hollandse zakdoek. Ik neem aan dat daarmee bedoeld wordt dat ‘ie van kant gemaakt is. Ik heb er zelf muziek bij gemaakt en dat gaan we spelen met de band. Maar er zit ook een Verdi-sing-a-long in Back to Bass-ics, waarbij mensen heerlijk mogen meezingen.”
Allerlei muziekgenres
Dominic Seldis wil dat zijn nieuwe voorstelling een nachtclubgevoel uitstraalt, hoewel de klassieke muziek nooit ver weg is. Hij is trots dat hij het begin van Beethovens Negende symfonie in allerlei genres kan laten horen, van Bach tot Elton John en van Einaudi tot tango. “Wat ik daarmee wil laten horen aan het publiek is: je kunt met muziek alles doen. Als je een goede melodie hebt, past die overal bij, zelfs bij Disney of Palingpop uit Volendam, waar ik ook fan van ben. Die paar noten van Beethoven zijn universeel.” Daarnaast zitten er veel grappige verhalen in Back to Bass-ics, die, net als in zijn vorige shows, uit zijn eigen leven komen. Met een lach: “Er komt in februari een autobiografie over mijn leven uit, DOMINIC. Die verhalen zijn opgetekend door mijn vrouw Floor. Maar er zijn zeker genoeg verhalen en anekdotes die het boek niet gehaald hebben, dus daar vertel ik er een aantal van. Zoals die keer dat ik optrad met de Drie Tenoren, Plácido Domingo, Luciano Pavarotti en José Carreras, in Tokio. Toen ik in de pauze even naar het toilet ging, viel het me ineens op dat er wel erg veel mannen om mijn buurman heen stonden. Hoe dat afliep? Tja, dan zul je naar de voorstelling moeten komen, haha.”
Muziek als familieliefde
Dat Seldis in de muziek belandde en er zijn gepassioneerde werk van heeft kunnen maken, lag niet op voorhand vast. Zijn moeder speelde geen enkel instrument en zijn vader leerde zichzelf piano spelen. “Hij bleef aan de veilige kant en speelde alleen op de witte toetsen. Maar ze hadden wel allebei een enorme interesse in en liefde voor muziek en daarmee hebben ze alle drie hun zoons aangestoken. Mijn jongere broer zong in het Choir of King’s College in Cambridge, een geweldig koor, en mijn oudere broer was een zeer getalenteerde violist. Hij besloot alleen dat hij wel van zijn werk wilde kunnen leven en is nu de trotse eigenaar van een aantal pubs in Suffolk, waar we vandaan komen.” Dan droogjes: “Ik kon niks anders, dus ik ben wél muzikant geworden. Maar waar andere families veel aan sport doen, gingen wij veel naar concerten. Van The Drifters tot aan de Berliner Philharmoniker. Ik heb onlangs kaartjes teruggevonden van twee concerten waar mijn ouders ons mee naar toe hebben genomen in de jaren tachtig: Stevie Wonder en Simon & Garfunkel. Ik ben ze erg dankbaar dat ze ons overal mee naar toe hebben genomen en ik zet de traditie voort met mijn dochters en straks mijn zoon van vier.”
Mensen raken
Ook Seldis begon als violist, maar kreeg rond zijn veertiende een contrabas in zijn handen gedrukt. Hij zat inmiddels op een kostschool, Chetham’s School of Music, speciaal voor muzikaal getalenteerde kinderen. Daar ging hij op zijn achtste naar toe, toen zijn oudste broer, toen elf, erheen ging. “Ik vond het bijzonder om tussen al die jongeren te zitten die ook bezeten waren van muziek en te leren van gespecialiseerde musici. Dus toen de muziekdirecteur me zei dat ik de school moest verlaten tenzij ik het op de bas zou proberen, was dat een no brainer voor mij. Ik wilde blijven. En die bas…die paste me zoals een jas precies bij je lichaam kan passen. Het voelt als een tweede huid, ik heb ronde schouders die zich om de contrabas krullen. Ik ben een beetje mollig dus hij rust op mijn buik. Als ik speel, geeft het instrument me letterlijk en figuurlijk steun. Ik heb geluk gehad dat ik mijn doel in het leven heb gevonden: ik ben op deze planeet om muziek te maken. Dat geloof ik oprecht. Niemand kan mij iets maken op het moment dat ik aan het spelen ben. Er zijn geen schermpjes die afleiden, geen gesprekken, alleen klanken. Na de dood van mijn vader bijvoorbeeld stond ik al snel weer op het podium, muziek maken werd een uitlaatklep. En met mijn muziek hoop ik andere mensen te raken, die al dan niet in hetzelfde schuitje zitten. Uiteindelijk is dat wat ik wil dat mensen meenemen van Back to Bass-ics: dat er ongelooflijk veel mooie muziek is, in welk genre dan ook. Dat wil ik laten horen, samen met mijn fantastische band. En ik doe mijn best om zo charmant mogelijk te zijn, dus ik hoop dat mensen gelachen hebben, ik ga voor honderd procent glimlach-garantie!”
Tekst: Rinske Wels
Agenda
-
Tickets25 feb20:15 - 21:45